donderdag 15 juli 2010

Het huis in de Lipperkerkstraat

Een paar dagen geleden fietste ik door de Lipperkerkstraat. De volkse en altijd drukke straat waar ik vier jaar van mijn leven heb gewoond, in een oud, lichtelijk vervallen jaren '30 pand, dat dienst deed als studentenhuis. Het studentenhuis waar ik ooit aan deze weblog begon.

Alweer heel lang geleden kregen mijn huisgenoten en ik het bericht dat wij het huis moesten verlaten (herinnert u zich deze nog?) omdat de eigenaar was overleden en het pand verkocht zou worden. Het duurde vervolgens een paar jaar voordat de laatste huisgenoot het huis ook echt verliet, maar uiteindelijk stak E. de laatste oude meubels in de fik in de achtertuin en vanaf toen stond het huis leeg. Er leken wel plannen te zijn, maar die schoten niet echt op. Ik fietste af en toe langs het huis en zag soms dat er wat geklust was. Een muurtje hier, een deurtje daar, de garage van de buren platgegooid. Het huis stond op Funda en later was het er weer af. Er kwam een bord van een projectontwikkelaar te hangen. Verder gebeurde er weinig. Zouden ze er appartementen van maken? Of een woonhuis? Er gingen geruchten dat er weer studenten woonden, klopte dat? Vanaf de zijlijn bleven mijn huisgenoten en ik ons oude huisje in de gaten houden.

Een paar dagen geleden fietste ik dus weer lang het huis. Ineens was er leven in de brouwerij. Er stond een vuilstortcontainer op de stoep, op het braakliggende terrein van de garage verrees uit het niets een pand van drie verdiepingen en er liepen allemaal bouwvakkers en projectmannen rond. Ik stopte om naar binnen te gluren. Tegelijkertijd ging de deur open en verscheen er een man in overhemd, om een andere man in overhemd binnen te laten. Ze schudden elkaar de hand en negeerden mij. Ik probeerde nog een glimp van de hal op te vangen maar dat mislukte. Een bouwvakker keek nieuwsgierig naar mij en m'n fiets.

Aan mijn sleutelbos hangt nog steeds de oude sleutel van het huis. Heel lang heeft die nog op het slot gepast maar nu niet meer, want de sloten zijn een tijd geleden vervangen. Toch voelde ik heel sterk de neiging om iets naar die mannen in overhemden te roepen. Ik wilde roepen: "hee joh, dat was mijn huis! Doe niet zo onverschillig! Ik ben duizend keer door die voordeur gestapt ja! Door dat luikje heen heb ik grapjes gemaakt met B. en G. en de anderen! Ik heb dronken op dat stoepje gezeten! Ik ken dit huis beter dan jullie, horen jullie mij?!" Maar ik deed het niet, ik fietste verder en keek nog een keer om naar de bouwvakker, die bijna struikelde en met een vermoeid gezicht een stapel stenen uit zijn handen liet vallen.

maandag 28 juni 2010

California girl (dream on)

Vanochtend stond ik vroeg op. Ik stond op om te gaan hardlopen, voor het te warm zou zijn en het fietspad vol met groepen scholieren. Omdat mijn sportbroek nog in de was zat, besloot ik een korte rode boardshort aan te trekken. Wit hemdje erop en klaar. Mijn benen, die toch wel een klein beetje kleur hebben gekregen de afgelopen dagen, stelden me vandaag nou eens niet teleur. Ja, ze mogen er best zijn, die benen van mij, zo dacht ik toegeeflijk. Terwijl ik daar rende door de vroege zomerzon, tussen de vroege vogels die al naar hun werk fietsten, met alleen een hemdje en een boardshort en mijn al-een-beetje-bruine benen, voelde ik me net een California girl. Het enige wat ik nog miste was een oceaan om langs te rennen.

zondag 27 juni 2010

Een zwoele zomeravond

Zaterdagavond, half twaalf. We zitten op het terras. Terwijl H. afrekent ga ik naar binnen om te plassen. Daar heeft de DJ net zijn eerste plaatje opgezet. Op de toiletten, die de hele avond gratis zijn geweest, is toiletjuffrouw Goosje zich aan het installeren. Ze haalt een doekje over de WC-bril en heeft haar briefjes opgehangen: "zitten op een schoon toilet is fijn - voor 25 cent zal dat altijd zo zijn - liefs Goosje". Ik was mijn handen en loop door de kroeg terug naar het drukke terras. Sex on the beach schalt over de lege dansvloer. Langs de kant staat een groep mannen die er alvast zin in heeft. Eentje zwaait er met zijn arm op de maat van de muziek. Zijn vrienden houden zich nog kalm, maar als het straks drukker wordt en de mensen dronken en bezweet zijn, en de mannen naar de vrouwen lonken die sexy met hun vriendinnen dansen, zullen ze zich vol overgave op de dansvloer storten. De serveerster loopt goedgemutst naar buiten met een dienblad vol drankjes. Enschede maakt zich op voor de nacht.

donderdag 10 juni 2010

De zen van het koffie maken op de camping

Een van mijn favoriete bezigheden is koffie maken op de camping. Dat gaat zo: je meet twee bekers water af. Je giet ze in een pannetje en zet het water op het vuur. Je wacht tot het water kookt, terwijl je ondertussen de plastic filterhouder op de thermoskan zet, een koffiefilter erin drukt en een goed geschatte hoeveelheid koffie in het filter schept. Als het water kookt pak je het aluminium pannetje met een aluminium tangetje van het vuur. Heel geconcentreerd giet je het water uit het pannetje op de koffie. Na de eerste plons druppel je er steeds wat water bij, om het als een echt koffiezetapparaat zo gelijkmatig mogelijk over de dikke koffieprut te verdelen. Teveel water in een keer maakt de koffie slap, dus je neemt de tijd. Als al het water op is laat je de filter rustig uitdruppelen. Koffie inschenken, koekje erbij en dan: een kwartier lang puur genieten van de beste koffie ter wereld.

maandag 7 juni 2010

Het ego van een lijsttrekker

Vanochtend zag ik in een bushokje een poster met daarop Mark Rutte. "Minister-president Rutte" stond erbij, of iets van die strekking. Op de foto droeg Mark een bril, terwijl hij zijn best deed om sympathiek, betrouwbaar, integer, maar ook besluitvaardig over te komen. De fotograaf had duidelijk geprobeerd om een toekomstig leider neer te zetten. Dat was hem aardig gelukt.

Hoe zou Mark zich voelen bij die poster? Wat doet zoiets met je ego, met je zelfbeeld? Zou hij lang geoefend hebben op zijn president-blik? Zouden zijn vrienden er grappen over maken? Wat zou hij hebben gezegd toen zijn adviseurs voorstelden hem als president te portretteren? Zou hij zich een beetje generen voor het ietwat arrogante statement dat de poster uitdraagt? Of zou hij het stiekem wel stoer vinden, misschien zelfs lekker?

Update: gisterenavond zag ik een zelfde soort poster, maar dan met Job Cohen erop. Het blijkt een reclame te zijn van Elsevier. Maar toch!

maandag 31 mei 2010

Froukiwi's blije lijstje

Lunchen met wentelteefjes. Samen een gek dansje doen in de woonkamer. Nieuwe schoenen. Ons heerlijke veel te grote huurhuis met al dat groen er omheen. Een nieuw recept uitproberen - en laten slagen! Op stap met "de meiden". Kamperen met de oeroude en burgerlijke vouwwagen. De zonnebloemen elke dag ietsje langer zien worden. Bellen met mijn zusje. Dat ik deze zomer ga trouwen met mijn lief. Zomaar op een doordeweekse middag koffie drinken in de stad. Een avond dansen tot het zweet op je voorhoofd staat. De kat die springend door de tuin vliegen vangt en opeet. Mijn lief die in de schuur aan het klussen is. Baby's die naar je lachen. Een spontaan grapje met iemand in de supermarkt die dezelfde humor heeft. Een yogales waarin alles lekker gaat. Mooie muziek. Eindelijk weer eens bijkletsen met mijn dit-moeten-we-veel-vaker-doen-vriendin. Flirten. Zomaar even heel erg gek doen. Dat het na een paar mooie dagen regent en ik dan denk: hè wat lekker voor de tuin. Die zeldzame keer dat het mij lukt om de boel de boel te laten, en dan de hele dag in pyama op de bank naar MTV marathons kijken. Puppy's.

(geïnspireerd door Linda.)

donderdag 27 mei 2010

Een teken van leven

Ik leef nog hoor! Heb alleen niet zoveel tijd/zin/inspiratie om te bloggen. Om toch wat leesvoer te bieden, volgt hier een opsomming van zomaar wat activiteiten die ik de afgelopen weken heb ontplooid:

  • een groots afscheid gevierd met collega's, limonade, aardbeien, spekjes en een aantal toevallige voorbijgangers (al dan niet verstandelijk beperkt) die ook wel zin hadden in een lollie
  • heel veel sollicitatiebrieven geschreven
  • kennisgemaakt met de onbuigzaamheid van het systeem van het UWV én met een hele aardige en gelukkig buigzame ambtenaar
  • vrede gesloten met het idee dat ik nu officieel werkloos ben
  • me verdiept in de wereld die trouwen heet (ik volg stiekem allerlei foute maar o zo leuke trouwblogs zoals Fromfraai en 2000 Dollar Wedding)
  • mezelf met een ouderwets meetlint laten opmeten, om vervolgens een fantastisch jurkje te bestellen waarvan ik nog niet weet hoe het me zal staan
  • tomatenplantjes in de tuin uitgezet
  • de zonnebloemen zien groeien
  • gekampeerd in eigen land terwijl het buiten maximaal tien graden was
  • een workshop over psychologie gegeven bij mijn oude werkgever
  • bijgepraat met oude én nieuwe vrienden
  • "De gelukkige huisvrouw" gekeken in de bioscoop, vergezeld door een grote zak tum tum
  • Laura Jansen met haar band een feestje zien bouwen op het podium
  • uitgebreid de krant gelezen

Nou als dat geen leven is, dan weet ik het ook niet meer!

maandag 26 april 2010

Ontmoeting

Ik schrijf op deze blog graag over kleine en toevallige ontmoetingen. Vaak zijn die momenten leuk, lief, grappig. Maar niet altijd. Afgelopen zaterdag had ik zo’n ontmoeting. Een klein beetje menselijk contact met een vreemde. Het was geen leuke en ook geen lieve ontmoeting. Toch wil ik hem hier graag met je delen.

De zon scheen. We stonden op het perron, te wachten op de trein die ons naar gonzende terrassen aan de gracht zou brengen. Ineens zagen we een vrouw. Ze droeg een blauwe tuniek met bijpassende broek en ze zat op het spoor. Twee mannen trokken aan haar. We lieten tot ons doordringen wat er gaande was. Toen renden we er naartoe. Vriend E. liet zijn tassen vallen en begon mee te trekken. Met twee armen onder haar oksels werd de tegenstribbelende vrouw uiteindelijk van het spoor getild. Ze huilde en zei: “laat me, alsjeblieft, laat me, ik wil dood!” De vrouw werd op een bankje gezet door een van de mannen. Hij sprak haar streng toe: “je blijft hier zitten tot er iemand voor je komt!” De andere man belde de politie.

Ik keek naar de vrouw. Ze was in paniek. Ik ging naast haar zitten. Dacht: hoe houd ik haar rustig? Ik sloeg een arm om haar heen: “meisje toch, wat is dat nou allemaal?” De vrouw leunde tegen me aan en begon onbedaarlijk te snikken. Ze zei dat niemand wilde luisteren. Ik luisterde. Maar er kwam niks. Alleen maar tranen. Ik vroeg waar ze vandaan kwam. Afghanistan. Ik vroeg nog meer. Er kwamen onduidelijke antwoorden. Ik brak me het hoofd over wat ik nog meer tegen haar kon zeggen. Uiteindelijk zei ik niks en legde ik mijn hand op haar rug. De vrouw bleef snikken en over haar buik wrijven. Ze had buikpijn. Mijn vrienden stonden naast het bankje, te wachten en te kijken. Onze trein reed binnen. Het fluitje ging. Onze trein vertrok weer. De jongen die de politie had gebeld zei dat hij eigenlijk naar zijn werk moest. We keken elkaar aan: tja, dat kan nu wel even wachten.

De politie kwam. De politievrouw hurkte bij de vrouw neer. Ze zei weer: “laat me alsjeblieft, ik wil dood!” en: “niemand wil naar me luisteren.” De politieman haalde een notitieboekje tevoorschijn. Hij noteerde onze gegevens. Vroeg wat we hadden gezien. Vroeg of ik gebeld wilde worden door slachtofferhulp. Ik zei nee: “ik voel me niet echt een slachtoffer.” De politiemensen liepen weg. De vrouw tussen hen in. Ze zouden haar naar de crisisdienst brengen. Toen ze wegliep zag ik dat de vrouw zwanger was.

De zon scheen. Onze volgende trein reed binnen. De trein die ons naar gonzende terrassen aan de gracht zou brengen. We zeiden gedag tegen de jongen die naar zijn werk moest. E. gaf me een knuffel. Pas toen kwamen de tranen.