zondag 9 september 2007

Water

Vorige week liep ik door het doolhofachtige faculteitsgebouw waar ik studeer, op zoek naar een docent. Ik liep langs een plant die op de gang stond, op een soort pleintje tussen een aantal kantoortjes. De plant stond er een beetje zielig en verlept bij. Ik keek om me heen en probeerde vast te stellen welke van de kantoorbewoners verantwoordelijk was voor deze plant. Waarschijnlijk gedeelde verantwoordelijkheid, stelde ik vast, en waarschijnlijk was iedereen op vakantie geweest. Arme plant. Ik kon het niet aanzien. Ik rommelde in mijn tas en diepte de accessoire op waar geen vrouw zonder kan: een waterflesje. Geheel onbaatzuchtig doneerde ik mijn halve liter aan de plant.

zaterdag 8 september 2007

Mammoet

Laatst keek ik Ice Age 2, voor de tweede keer. En net als de eerste keer moest ik bijna huilen. Ik kan er niks aan doen, het raakt me gewoon. Dat prachtige moment wanneer Manny de mammoet, die denkt dat hij de laatste van zijn soort is, wordt herenigd met een hele kudde soortgenoten die ineens toch blijken te bestaan. Hoe ze daar zo door de vallei aan komen stampen met zijn allen, prachtig gewoon. Mammoeten maken echt wat in mij los.

Tussenweer

Het is weer zover. Het is weer van dat weer. Van dat weer dat je het niet weet. Lange mouwen? Korte mouwen? Zomerjas? Winterjas? Dikke trui als stand-in jas? Of misschien wel helemaal geen jas? Zonnebril mee of sjaal om? Het is om gek van te worden. Het is weer van dat weer dat je echt niet weet wat je aan moet trekken.

zondag 12 augustus 2007

Ode aan Goosje

De eerste keer dat ik haar zag was ik samen met Kaneel. We gingen stappen in Enschede, samen dansen in kroeg X. Ze zat voor de deur bij de toiletten, naast een tafeltje met daarop een schoteltje vol wisselgeld. Eerst was ik een beetje argwanend: een kroeg met een toiletjuffrouw die je moet betalen, daar zijn ze vast uit op je geld. Maar mijn mening veranderde toen ik op de wc zat te plassen en het keurig uitgeprinte A4tje op de binnenkant van de deur bekeek:

Zitten op een schoon toilet is fijn
Voor 25 cent zal dat altijd zo zijn
Liefs Goosje

Toen ik het toilethokje uitkwam stond Goosje bovendien met een schroevendraaier de deur van het andere hokje open te wrikken: er kwam een bellend meisje uit wat daar blijkbaar al een tijdje zat en Goosje zei kwaad: "er moeten nog meer mensen naar de wc!" Toen ik weer buiten stond besprak ik Goosjes briefje en haar vastberadenheid met Kaneel en we waren het met elkaar eens: wat een schat, die Goosje.

Afgelopen zaterdag was ik weer in kroeg X. Ik moest naar de wc en keek er al naar uit om Goosje weer te ontmoeten. Het bleek dat Goosje iets nieuws had bedacht, iets om de wc's vrij van glazen te houden. Ze pakte het biertje wat ik in mijn hand had kordaat af, zette het op haar tafeltje waar al meer drankjes van plassende feestgangers stonden, en legde er een bierviltje bovenop waar ze met zwarte stift twee driehoekjes op had getekent. "Driehoekje!" zei ze luid en duidelijk tegen mij, terwijl ze met haar vinger op het bierviltje tikte.

Toen ik een paar minuten later de schone wc weer verliet, kon ik mijn drankje zo herkennen tussen de andere drankjes met rondjes, kruisjes en vierkantjes. Hoe dronken ik ook geweest zou zijn, ik hoefde maar naar het driehoekje te wijzen om mijn bier terug te krijgen van Goosje. Wat een systeem. Wat een passie voor het vak. Wát een toiletjuffrouw.

vrijdag 3 augustus 2007

Natuur in Nederland

Gisteren was ik weer eens in mijn oude studentenhuis. Zoals altijd was er weinig veranderd. De slingers van het feest van twee jaar geleden hingen er nog en ook de pot Milsani koffiecreamer stond op zijn vertrouwde plek op de schoorsteenmantel. Wat wel veranderd was, was de tuin. Ik schrok er eerst een beetje van. Ooit had ik samen met mijn enige vrouwelijke huisgenoot goed gezorgd voor die tuin. Onkruid wieden, de roos snoeien, bollen planten. De jongens maaiden af en toe het gras en zo was het nog best een mooi tuintje. Gisteren zag het er anders uit. Overwoekerd, volgegroeid, het onkruid hoog tussen de tegels, de omgevallen schuttig overgroeid met klimop en het fietsenkerkhof in de hoek onzichtbaar door een lustig groeiende jonge boom. Wat zag de tuin eruit!

Toen ik van de schrik bekomen was, bekeek ik het geheel met andere ogen. Eigenlijk had het wel wat, zo'n stukje grond waar alles z'n gang kan gaan. De citroenmelisse had zich verspreid over het gehele bloemenperk en geurde volop. De frambozenstruik deed het super, ik plukte een heel kopje vol zoete frambozen. Musjes doken weg onder de klimop; vast een nestje. Hoe langer ik ernaar keek, hoe mooier ik het vond. Het was heerlijk om er rond te struinen, die paar vierkante meters groene chaos. Je zou het niet verwachten maar daar, op een onbeduidend plekje in ons volgebouwde land, het land met de gedetailleerde bestemmingsplannen, nette tuintjes en voorgeveltjes, nieuwbouwwijken, asfaltwegen en geordende stukjes park die voor "bos" door moeten gaan, daar ligt, verborgen achter een oud studentenhuis, het laatste stukje ongerepte natuur van Nederland.

maandag 30 juli 2007

Noord Zweden: de andere kant

Tuurlijk, er ging ook heus wel eens wat mis. Ik zal niet uitweiden over de bobbel die tot overmaat van ramp verscheen in ons langzaam leeglopende luchtbed, de Zweed die ons bijna aanreed, het hotel wat vol bleek te zijn, de veerboot waar we op de terugweg met lege maag veel te lang op moesten wachten en hoe chagerijnig ik daarvan werd, de regenbuien, die keer dat de motor niet wilde starten en ik onszelf al naar Nederland terug zag vliegen terwijl de auto volgeladen achterbleef, de kapotte uitlaat, die Zweedse jonge gast die we helemaal niet kenden, die nauwelijks Engels sprak en die we eigenlijk niet durfden te bellen om te vragen of hij onze auto kon repareren, en hoe misselijk we werden van al dat heerlijke Zweedse snoepgoed.

Noord Zweden

Het was ver rijden. Bij Helsingborg in het zuiden van Zweden de E4 op, en dan zo'n twaalfhonderd kilometer naar het noorden. Voorbij Stockholm is de E4 de enige snelweg, hij wordt steeds leger en smaller tot het alleen nog maar een tweebaansweg is met af en toe een extra strook om in te halen. Het landschap verandert ook: minder loofbomen, minder wuivende graanakkertjes, minder bebouwing. In plaats daarvan naaldbomen, heel veel naaldbomen. Af en toe een klein dorpje of benzinestationnetje - het worden er meer naarmate je dichterbij een grote stad komt en minder zodra je daar voorbij bent.

Onderweg stopten we bij parkeerplaatsen met wc’s waar bijna altijd wc-papier en zeep was, picknickplekjes langs meren en campings waar niet alleen toiletblokken waren maar ook een heel keukenblok en soms een sauna. We zwommen in de Botnische baai, die een echte zee is maar die ik eerst niet vond lijken op een zee omdat de Noordzee zo anders is. We maakten ’s avonds een kampvuur tegen de muggen, en voor de gezelligheid. Hoe noordelijker we kwamen, hoe langer de dagen waren. ’s Nachts werd het niet meer donker. Als ik om drie uur in de nacht de tent uit kroop om te gaan plassen, was het bijna helemaal licht en raakte ik in de war. Dan kroop ik gauw weer terug met mijn ogen stijf dicht, om mijn lichaam te laten geloven dat het nog nacht was. Na een paar dagen was ik eraan gewend. De gaslamp, voor ’s avonds bij het lezen of kaarten, hoefden we niet te gebruiken.

Het kleine dorpje vlak onder Umeå, waar de brievenbussen van de mensen op een rijtje aan de weg stonden, was onze eindbestemming. We werden met open armen ontvangen. De ouders van de vrienden van de vrienden voor wiens bruiloft wij naar het noorden waren gereden, zaten in hun zomerhuis. Daarom mochten wij logeren in hun andere huis, dat nu toch leegstond. Het rode houten huis, met boven de deur een Zweedse en een Engelse vlag, werd voor anderhalve week ons thuis. Door de vrienden van onze vrienden werden we uitgenodigd op een barbecue en het voelde alsof we er al jaren bij hoorden. Hun mooie vrijstaande Zweedse huis met de enorme tuin vol bessen en wilde bloemen had niks gekost vergeleken bij de Nederlandse huizen en wij waren jaloers. De muziek stond aan, het gras stond hoog en de zon stond boven de horizon, om de wolken rond een uur of tien roze te kleuren. De gastvrouw liep op haar blote voeten de tuin in om rabarber te snijden voor een zelfgemaakt toetje. We kregen likeur van speciale Noord-Zweedse bessen. Er werd gedronken en er werd een hardloopwedstrijdje gedaan in de grote tuin. Wij maakten foto’s en we lachten. Later liepen we over de asfaltweg door het dorp terug naar ‘ons’ eigen rode huis.

We vermaakten ons goed in Umeå en omstreken. We leerden meer vrienden van onze vrienden kennen: Nederlandse vrienden die ook waren gekomen voor de bruiloft, en Zweedse vrienden van de tijd voordat zij bij hem in Nederland kwam wonen. We gingen raften met een hele club. Na het raften dronken we koffie die was gezet boven een kampvuur, terwijl de muggen in onze koude blote benen prikten. We reden ’s avonds laat als de zon onderging door het bos op zoek naar elanden, en zagen er drie. We gingen een dag rijden door de dorpen en heuvels en bossen richting het westen, en wisten na drie dorpen niet meer of we er al een keer waren geweest omdat alles op elkaar leek. We vonden een meer met een strandje en een stijger en zwommen in het koude water. We gingen op visite bij de ouders van de vrienden van onze vrienden, die in hun zomerhuis aan zee zaten, en waren jaloers op hun uitzicht. Ze vertelden ons dat zij daar ’s winters niet konden wonen, omdat de wegen er niet sneeuwvrij werden gemaakt en de waterleidingen werden afgesloten. We leerden steeds meer over het dagelijkse leven in Noord-Zweden. We zeiden tegen elkaar dat we er ook wel zouden willen wonen maar dan eigenlijk alleen in die heerlijke groene lichte zomers, omdat we niet wisten of we de korte donkere dagen vol sneeuw in de winter wel zouden overleven. Nee, geef ons maar de Zweedse zomers. We genoten ervan; van de natuur, de ruimte, de rust en de gastvrijheid van onze nieuwe vrienden.

Na de bruiloft bleven we nog twee dagen. We kochten twee grote stukken Västerbottensost, de speciale kaas uit de regio die we zo lekker vinden. We genoten nog even van de zon, die eindelijk weer eens echt goed scheen. We namen afscheid en zeiden tegen iedereen dat we terug zouden komen. Toen reden we de E4 weer af, ditmaal naar het zuiden. En terwijl de weg langzaam weer drukker werd, leek alles minder mooi te worden: de bomen minder groen en de lucht minder zuiver, zoals oude mannetjes wel eens zeuren dat alles vroeger beter was.

Thuis maakten de auto’s weer als vanouds herrie op de rotonde. We konden er niet van slapen.

dinsdag 3 juli 2007

Samenvatting

De laatste week heb ik gesjouwd met dozen, een vrachtwagen het land door gereden, meer gesjouwd met dozen, dozen uitgepakt, een opslagruimte vol gestouwd met dozen en meubels, spullen uitgezocht, fotolijstjes opgehangen. Ook heb ik zijn kleren samen met mijn kleren in de wasmachine gestopt, mijn musli uit een van zijn schaaltjes gegeten en verloren in de strijd tussen Douwe Egberts en Max Havelaar koffie. Kortom: ik ben gaan samenwonen!

De komende weken ga ik heel veel autorijden, een tentje opzetten en afbreken, koffie zetten met kokend water en een thermoskan, zwemmen in meren, misschien wel wildkamperen, feestvieren op een Zweedse bruiloft en niet al te veel alcohol kopen in de winkels. Kortom: ik ga op vakantie naar Zweden!